ECLI:NL:RBLIM:2020:950
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking rechter-commissaris over looptijd schuldsaneringsregeling en niet-ontvankelijkheid verzoek verkorting
Appellant was bij vonnis van 22 juli 2016 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) met een looptijd die volgens de rechter-commissaris vijf jaar zou bedragen, hoewel dit niet expliciet in het vonnis was vermeld. Appellant verzocht de rechter-commissaris om de looptijd te verkorten tot drie jaar, hetgeen op 13 september 2019 werd afgewezen. De rechter-commissaris motiveerde dit met het belang van schuldeisers en de afloscapaciteit van appellant, en wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af vanwege het ontbreken van landelijke afspraken en het feit dat appellant destijds niet in beroep was gegaan tegen de toelating met verlengde periode.
Appellant stelde beroep in tegen deze beschikking en voerde aan dat in vergelijkbare gevallen de looptijd wel was verkort. De rechtbank stelde vast dat de beschikking van de rechter-commissaris berustte op het onjuiste uitgangspunt dat bij het toelatingsvonnis een looptijd van vijf jaar was bepaald, terwijl dit niet in het dictum was opgenomen. Volgens artikel 349a Faillissementswet is de standaard looptijd drie jaar, met een mogelijkheid tot verlenging tot vijf jaar bij vonnis.
De rechtbank vernietigde daarom de beschikking van 13 september 2019. Het verzoek van appellant om de looptijd op drie jaar te bepalen werd echter niet-ontvankelijk verklaard, omdat een dergelijke beslissing uitsluitend bij vonnis kan worden genomen en niet bij beschikking. Tevens werd het griffierecht op nihil gesteld conform een recent arrest van de Hoge Raad.
Uitkomst: De beschikking van de rechter-commissaris wordt vernietigd en het verzoek tot verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.