Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 oktober 2020 met vier producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
een recht optoedeling kan geen sprake zijn. Voor zover [gedaagde] bedoeld heeft dat partijen de oorspronkelijke verdeling hebben opengebroken en nieuwe verdelingsafspraken gemaakt hebben, geldt dat wat [gedaagde] daarover gesteld heeft te vaag is. Dat “de woning op haar naam zou blijven” en “dat de woning voor [gedaagde] zou zijn als er met hem wat gebeurde” is niet toereikend als onderbouwing voor de stelling dat partijen nieuwe verdelingsafspraken gemaakt hebben. De hiervoor geciteerde uitspraken die de heer [erflater] volgens [gedaagde] gedaan zou hebben, kunnen – ervanuit gaande dat ze zo gedaan zijn – er ook op duiden dat hij op dat moment voornemens was om de woning na zijn dood aan haar na te laten. [gedaagde] spreekt zelf over “zijn uiterste wil”. Feit is echter dat de heer [erflater] de woning niet bij testament aan [gedaagde] heeft nagelaten.
980,00