ECLI:NL:RBLIM:2020:6283
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters meervoudige strafkamer rechtbank Limburg
Verzoeker heeft wrakingsverzoeken ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, stellende dat sprake zou zijn van vooringenomenheid door een reeks procesbeslissingen en het stelselmatig afwijzen van verzoeken.
De wrakingskamer heeft onderzocht of er sprake was van een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid, waarbij zowel het subjectieve als het objectieve criterium werden toegepast. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die duiden op subjectieve partijdigheid en ook objectief was er geen gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
Procesbeslissingen kunnen volgens de Hoge Raad geen grond vormen voor wraking, tenzij deze zodanig gemotiveerd zijn dat zij als blijk van vooringenomenheid kunnen worden gezien. Dit was in deze zaak niet het geval.
De persoonlijke bejegening van de raadsman, hoe onaangenaam ook ervaren, rechtvaardigt geen conclusie over vooringenomenheid jegens verzoeker zelf. De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters van de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.