ECLI:NL:RBLIM:2020:5048
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan met geschil over uitgangspunten en taxatie
Eiser, eigenaar van een woning met twee wooneenheden, diende een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering door een gewijzigd bestemmingsplan. Verweerder kende op basis van een planschadeadvies van Ruimtemeesters een vergoeding van €9.700,- toe. Eiser voerde in beroep aan dat verweerder uitging van onjuiste uitgangspunten zoals bezonning, groenblijvende beplanting, saldering van bouw- en gebruiksmogelijkheden en luchtkwaliteit.
De rechtbank overwoog dat verweerder zich redelijkerwijs op het onafhankelijke en objectieve advies van Ruimtemeesters mocht baseren. De bezonning werd niet als aparte schadefactor erkend, omdat onvoldoende concrete aanwijzingen waren dat de waarde van de woning hierdoor verslechterde. Groenblijvende beplanting was niet als schadeverminderende factor meegewogen. Saldering van hinder door agrarische en sportbestemming vond niet plaats, en de gehanteerde criteria voor geluid en luchtkwaliteit waren juist toegepast.
De taxatie van de planschade werd als voldoende onderbouwd en duidelijk beoordeeld, waarbij de contra-expertise van eiser geen zelfstandige taxatie bevatte en geen concrete gebreken aantoonde. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet gehouden was tot nader advies en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van een planschadevergoeding van €9.700,- wordt ongegrond verklaard.