De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen en het valselijk laten opnemen van een koopprijs in een notariële akte met betrekking tot twee panden in Heerlen en Kerkrade.
Na een langdurige procedure, waarin de verdediging niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de redelijke termijn en verjaring betoogde, oordeelde de rechtbank dat er sprake was van overschrijding van ruim acht jaar maar dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid. Wel werd het openbaar ministerie partieel niet-ontvankelijk verklaard voor het witwassen van het pand aan een adres te Heerlen voor de periode van 1 oktober 2006 tot en met 8 maart 2008 wegens verjaring.
De rechtbank beoordeelde het bewijs en concludeerde dat verdachte niet kon worden verweten dat zij wetenschap had van een schijnconstructie om de werkelijke eigenaar te verhullen, noch dat zij wist van de criminele herkomst van de middelen. Ook werd zij vrijgesproken van het valselijk laten opnemen van een onjuiste koopprijs in de leveringsakte, omdat zij niet betrokken was bij de onderhandelingen en het tekenen van de akte.
De rechtbank sprak verdachte integraal vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde het openbaar ministerie voor een deel niet-ontvankelijk wegens verjaring.