Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
“Daarnaast geven wij u nogmaals expliciet aan dat wij NIET bij machte zijn om een betaling welke in het verleden heeft plaatsgevonden, netto te specificeren. Dit is voor ons helaas niet mogelijk! Dit hebben wij ook reeds vermeld in ons schrijven van 17 mei 2019 en dit hebben wij de collega van mevrouw Overhof van de gemeente Maastricht ook reeds telefonisch laten weten.”
- vanaf 1 januari 2016: € 1.486,71 per maand;
- vanaf 1 juli 2016: € 1.493,98 per maand;
- vanaf 1 januari 2017: € 1.505,30 per maand; en
- vanaf 1 juli 2017: 1.516,39 en per maand.
a. betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van Pro de Zorgverzekeringswet, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2020 .