ECLI:NL:CRVB:2016:2380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A. Stehouwer
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag wegens inkomen boven bijstandsnorm
Appellanten, die een WAO-uitkering ontvangen en een dochter met een WAJONG-uitkering hebben, hebben langdurigheidstoeslag aangevraagd op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees de aanvraag af omdat het gezamenlijke inkomen op de peildatum hoger was dan de voor hen geldende bijstandsnorm, waarbij rekening werd gehouden met een verlaging van 10% vanwege het delen van kosten met de meerderjarige dochter.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellanten stelden dat het inkomen onjuist was vastgesteld en dat de bijstandsnorm onjuist was toegepast, met name dat de verlaging van 10% niet had mogen plaatsvinden. De Raad oordeelde dat het college het inkomen juist en inzichtelijk had vastgesteld op basis van UWV-gegevens en dat de bijstandsnorm correct was toegepast, omdat de dochter ouder was dan 21 jaar en haar inkomen hoger was dan de studiefinancieringsnorm.
Verder stelde de Raad vast dat er geen aanwijzingen waren dat de dochter of een van de ouders verzorgingsbehoevend was in de zin van de verordening, zodat de verlaging van de norm niet achterwege hoefde te blijven. Ook was er geen sprake van onbillijkheden van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de langdurigheidstoeslag bevestigd.