Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
(noot griffier: de raadsvrouw heeft hierbij verwezen naar ECLI:NL:HR:2017:573)te worden uitgesloten van het bewijs omdat het bewijs voor dit feit in beslissende mate op die verklaring steunt en de verdediging het aan haar toekomende ondervragingsrecht niet effectief heeft kunnen uitoefenen. Medeverdachte [naam 1] heeft zich immers bij de rechter-commissaris op zijn verschoningsrecht beroepen.
nietvan beslissende betekenis is voor de bewezenverklaring indien er voldoende steunbewijs voorhanden is, dat wil zeggen ander bewijsmateriaal dat onderdelen bevestigt van de verklaring van de niet-ondervraagde getuige. Dit steunbewijs moet in concreto zien op de door de verdachte betwiste onderdelen van de verklaring van de niet-ondervraagde getuige. De rechtbank stelt vast dat de verklaring van medeverdachte [naam 1] , waarin hij heeft verklaard dat hij in opdracht van verdachte handelde, ondersteund wordt door ander bewijs, waaronder de verklaringen van de getuigen [naam 4] , de camerabeelden van de IKEA, de locatiegegevens van de Bo-rent truck en de telefoongegevens waaruit blijkt dat verdachte enkele keren naar [naam 1] heeft gebeld op 25 en 26 augustus 2015, voordat het vrachtautootje van Bo-rent bij IKEA is weggereden. Het bewijs dat verdachte betrokken is bij het dumpen van het drugsafval is dan ook niet in beslissende mate op de verklaring van [naam 1] gebaseerd. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsvrouw strekkende tot bewijsuitsluiting van de verklaring van medeverdachte [naam 1] . De rechtbank merkt op dat medeverdachte [naam 1] ter terechtzitting van 10 september 2019 aanwezig is geweest, dat hij alle vragen van de rechtbank beantwoord heeft en dat de verdediging geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid medeverdachte [naam 1] als getuige te horen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan
6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;
wijst de vorderingvan de benadeelde partij Waterschap Limburg te Roermond,
toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, Waterschap Limburg te betalen
€ 2.308,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 26 augustus 2015 tot aan de dag van de volledige
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader
legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staatten behoeve