Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:573

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2017
Publicatiedatum
31 maart 2017
Zaaknummer
17/00084
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling in WSNP

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 december 2016. Het verzoek van verzoeker betrof de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP).

De rechtbank Gelderland had eerder op 8 augustus 2016 een vonnis gewezen in deze zaak. Verzoeker stelde zich op het standpunt dat het verzoek tot toepassing van de WSNP terecht zou moeten worden toegewezen, maar het gerechtshof wees dit verzoek af. Verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Advocaat-Generaal L. Timmerman bracht een conclusie uit waarin hij het cassatieberoep verwierp. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was een nadere motivering niet vereist, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van de Hoge Raad werd op 31 maart 2017 gewezen door vice-president F.B. Bakels als voorzitter en raadsheren M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de WSNP wordt afgewezen.

Uitspraak

31 maart 2017
Eerste Kamer
17/00084
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/05/305569 van de rechtbank Gelderland van 8 augustus 2016;
b. het arrest in de zaak 200.197.220 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 december 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
31 maart 2017.