Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De inhoud van het klaagschrift
2.De procesgang
3.Het standpunt van de klaagster
€ 47.050,00, dat bij de doorzoeking in de woning in haar slaapkamer is aangetroffen, toebehoort aan de klaagster. Klaagster is een volwassen vrouw, die haar eigen inkomsten heeft, zo stelt de raadsman.
- Klaagster is medevennoot geweest van kapsalon ‘ [naam kapsalon] ’. Bij het klaagschrift is een verklaring gevoegd van haar voormalige medevennoot [naam medevennoot] waaruit blijkt dat klaagster tweemaal een contante betaling heeft ontvangen van in totaal
- Klaagster heeft tevens een geldbedrag ontvangen vanwege een sponsorcontract met ‘ [naam bedrijf 1] ’. Hiermee heeft zij 7 maal een contante betaling ontvangen van
- Ten slotte heeft de klaagster een geldbedrag verworven door de verkoop van het paard‘’ [naam paard] ’’. Hiermee heeft zij een contante betaling ontvangen van
4.Het standpunt van de officier van justitie
5.De beoordeling door de rechtbank
€ 47.050,00. Zij heeft een verklaring overgelegd van haar vader, die zich in het Verenigd Koninkrijk in detentie bevindt, en in wiens strafzaak het geld in beslag is genomen, en waarin staat:
Er is door de politie geld in beslag genomen onder mijn naam. Echter is een groot gedeelte van het geld dat in beslag is genomen niet van mij. Bij deze verklaar ik [naam vader klaagster] , geen bezwaar te hebben bij het teruggave van het geld aan de rechthebbende [rechthebbende 1] en [rechthebbende 2].”
en zo neen,
juist dat bedragin haar slaapkamer afkomstig is van juist deze contante inkomsten.