De moeder en pleegouders vorderden in kort geding dat de gecertificeerde instelling (GI) de minderjarige binnen 24 uur terugplaatst bij het netwerkpleeggezin, conform eerdere rechterlijke beschikking, en dat de omgangsregeling tussen moeder en minderjarige wordt hersteld. De GI had zonder toestemming van de kinderrechter de minderjarige elders geplaatst en de omgangsregeling eenzijdig beperkt.
De rechtbank oordeelde dat de GI in strijd met artikel 1:265i BW handelde door geen toestemming te vragen voor de wijziging van het verblijf van de minderjarige die al meer dan een jaar bij het netwerkpleeggezin verbleef. Ook werd onvoldoende onderbouwd waarom terugplaatsing niet mogelijk was. De omgangsbeperkingen werden onzorgvuldig genomen zonder hoor en wederhoor en schriftelijke motivering.
De voorzieningenrechter veroordeelde de GI tot terugplaatsing binnen 24 uur, herstel van de omgangsregeling met de moeder buiten de thuissituatie, wees de vordering tot dwangsom af en veroordeelde de GI in de proceskosten van € 813,01. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.