Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2019.
Rechtbank Limburg
Verzoeker is driemaal aangehouden voor het besturen van een motorvoertuig onder invloed van teveel alcohol, met ademalcoholgehaltes van respectievelijk 270, 645 en 330 microgram per liter uitgeademde lucht, wat hoger is dan de toegestane 220 microgram. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR besloten dat verzoeker moet deelnemen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid en heeft het de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en een voorlopige voorziening gevraagd om zijn rijbewijs terug te krijgen, omdat hij dit nodig heeft voor zijn werk als vertegenwoordiger en vreest zijn baan te verliezen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de regels van dwingend recht zijn en geen ruimte bieden voor een belangenafweging op grond van persoonlijke omstandigheden.
De voorzieningenrechter verwijst naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat voor het opleggen van een geschiktheidsonderzoek slechts het vermoeden van ongeschiktheid hoeft te bestaan. Gezien de feiten en de wettelijke bepalingen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te kennen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot teruggave van het rijbewijs wordt afgewezen.