De rechtbank Limburg heeft op 20 maart 2018 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van het telen van hennep en het bezit van henneptoppen in zijn woning te Horst aan de Maas. De tenlastelegging betrof de periode van 1 januari 2015 tot en met 18 februari 2016. De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verweer omtrent vormverzuimen, omdat de politie rechtmatig handelde met toestemming van de verdachte voor binnentreden en doorzoeking.
Bewijs bestond uit het aantreffen van een goed uitgeruste hennepplantage met 52 planten en 25,5 gram henneptoppen, bekennende verklaringen van de verdachte, en ondersteunend bewijs zoals energieverbruik en facturen die duidden op langdurige hennepteelt sinds 2009. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte meermalen hennep heeft geteeld en de henneptoppen in zijn woning aanwezig had.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte strafbaar is en legde een geldboete van €2.500 op, subsidiair 35 dagen hechtenis, rekening houdend met de ernst van het feit, de aard van de hennepteelt en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte als internationaal vrachtwagenchauffeur. De verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd.