Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2018 in de zaak tussen
[Naam], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2018.
Rechtbank Limburg
Eiser verzocht om heropening van zijn Wajong-uitkering die per 1 april 1999 was beëindigd. Het UWV wees dit verzoek af omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden sinds het eerdere besluit van 16 augustus 2004. Eiser voerde aan dat het eerdere besluit onjuist was en dat het onderzoek niet door een verzekeringsarts was verricht. Tevens stelde hij dat het UWV bij twijfel een deskundige had moeten inschakelen.
De rechtbank overwoog dat het bestuursorgaan terecht en zorgvuldig had gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigen. De medische rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd als zorgvuldig en inzichtelijk beoordeeld. De rechtbank zag geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de gezondheidsproblemen van eiser die later ontstonden, niet terug te voeren zijn op zijn situatie op zijn 17e/18e levensjaar. Ook het beroep op een duuraanspraak faalde. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op de beëindiging van de Wajong-uitkering per 1 april 1999 is ongegrond verklaard.