ECLI:NL:RBLIM:2018:10451
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen meerdere besluiten op één aanslag
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar centraal. Eiser maakte bezwaar tegen meerdere besluiten die op één aanslagbiljet waren vermeld, waarbij verweerder aanvankelijk een wegingsfactor van 1 toepaste, wat overeenkomt met gemiddeld gewicht. Eiser stelde dat gezien de aard en zwaarte van de werkzaamheden en het feit dat meerdere feitencomplexen aan de orde waren, een wegingsfactor van 1,5 (zwaar) passend was.
De rechtbank overwoog dat volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad bezwaren tegen meerdere besluiten op één aanslag als één bezwaar worden behandeld voor de proceskostenvergoeding, maar dat het aantal besluiten wel mee kan wegen bij het bepalen van de wegingsfactor. De rechtbank stelde vast dat de bezwaren betrekking hadden op verschillende onroerende zaken en een aparte aanslag watersysteemheffing, elk met eigen inhoudelijke gronden en werkzaamheden.
Daarom concludeerde de rechtbank dat sprake was van meerdere feitencomplexen en dat de zaak als zwaar moest worden aangemerkt met een wegingsfactor van 1,5. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en stelde de vergoeding vast op € 738,-. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in beroep.
Uitkomst: De rechtbank verhoogt de wegingsfactor naar 1,5 en stelt de proceskostenvergoeding vast op € 738,-.