ECLI:NL:RBLIM:2017:8566
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte bij diefstalzaak
De zaak betreft een diefstal van twee telefoons bij Media Markt te Heerlen, waarbij de verdachte samen met anderen wordt verdacht. De verdachte was gedagvaard voor een zitting op 27 januari 2017, maar verscheen niet omdat hij op 3 februari 2017 was uitgezet naar Duitsland. Zijn raadsman gaf aan dat de verdachte aanwezig wilde zijn, maar dat dit onmogelijk was geworden door zijn uitzetting.
De politierechter constateerde dat de verdachte op de dag van de eerste zitting nog in Nederland verbleef in vreemdelingenbewaring en dat het Openbaar Ministerie verzuimd had om hem voor te leiden. Er was geen afstandsverklaring van het aanwezigheidsrecht en het OM had niet bewerkstelligd dat de verdachte na de zitting niet werd uitgezet, waardoor het aanwezigheidsrecht illusoir werd.
Gelet op artikel 6 EVRM Pro en de richtlijn van de EU 2016/343 oordeelde de politierechter dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte was geschonden. Dit leidde tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging. De verdachte werd niet berecht omdat hij niet aanwezig kon zijn door nalatigheid van het OM.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.