Uitspraak
14.Het beroep van eiser is ongegrond.
15.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2017.
Rechtbank Limburg
Eiser, een rechercheur bij de politieregio Zeeland, viel sinds april 2011 uit wegens psychische klachten en kreeg in 2016 eervol ontslag. Bij ontslag werden verlofuren uitbetaald, maar eiser betwistte de berekening en het verval van een deel van zijn verlofrechten.
Verweerder stelde dat de verlofuren onjuist waren doorgeboekt en dat een vervaltermijn van drie jaar, zoals bepaald in artikel 23 van Pro het Barp, van toepassing is. Eiser voerde onder meer het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel aan en verwees naar het oude regime van het Barp en beleidsregels.
De rechtbank oordeelde dat het uitgedraaide verlofoverzicht geen besluit met zelfstandige rechtsgevolgen is en dat geen sprake is van rechtsverwerking. De vervaltermijn van verlofuren is in overeenstemming met Europese regelgeving en jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het oude beleid en de beleidsregel vakantieverlof zijn correct toegepast. Eiser had ook onvoldoende onderbouwd dat hij gebruik kon maken van uitruilmogelijkheden.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de berekening van de verlofrechten door verweerder werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot correctie en verval van verlofrechten wordt ongegrond verklaard.