ECLI:NL:RBLIM:2017:6890

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 juli 2017
Publicatiedatum
17 juli 2017
Zaaknummer
C/03/227076 / HA ZA 16-619
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:15 lid 3 BWArt. 107 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 221 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak naar rechtbank Rotterdam wegens onbevoegdheid rechtbank Limburg

In deze civiele zaak tussen [A] Beheer B.V. en meerdere gedaagden, waaronder THHK c.s., stond de vraag centraal welke rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de subsidiaire vordering op grond van artikel 2:15 lid 3 BW Pro. De rechtbank Limburg oordeelde dat zij niet bevoegd is voor deze vordering en verwees de zaak naar de relatief bevoegde rechtbank Rotterdam.

De procedure kende een incident waarin partijen hun standpunten over de verwijzing naar Rotterdam uiteen hebben gezet. Zowel eiseres [A] Beheer als gedaagden THHK c.s. stemden in met de verwijzing. De rechtbank besloot de zaak in de huidige stand door te verwijzen en compenseerde de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

De uitspraak benadrukt het belang van de juiste forumkeuze bij samenhangende vorderingen met verschillende rechtsgronden en verwijst naar artikel 107 Rv Pro. Hiermee wordt de efficiëntie en rechtszekerheid in civiele procedures bevorderd.

Uitkomst: De rechtbank Limburg verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam met compensatie van proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rolnummer: C/03/227076 / HA ZA 16-619
Vonnis in incident van 19 juli 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] BEHEER B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats A Beheer B.V.] ,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
gedaagde in reconventie in de hoofdzaak,
gedaagde in het incident,
advocaat mr. G.R.A.G. Goorts,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde sub 1] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiser in reconventie in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. B.M.M. Hepkema,
2.
[gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats gedaagde sub 2] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. B.M.M. Hepkema,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MY WAY HOLDING B.V.,
gevestigd te Venlo,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. B.M.M. Hepkema,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PASSION4GOLF B.V.,
gevestigd te Venlo,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
niet verschenen,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
THHK B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. B.M.M. Hepkema.
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TTK B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. B.M.M. Hepkema.
Eiseres zal hierna [A] Beheer genoemd worden.
Gedaagden sub 1,2,3,5 en 6 zullen hierna gezamenlijk THHK c.s. worden genoemd en ieder afzonderlijk als [gedaagde sub 1] (sub 1.), [gedaagde sub 2] (sub 2.) My Way Holding (sub 3.)
THHK (sub 5.) en TTK (sub 6.).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis in incident van 1 maart 2017
  • de akte van [A] Beheer
  • de antwoordakte van THHK c.s.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De verdere beoordeling in het incident

2.1.
[A] Beheer heeft zich bij akte van 29 maart 2017 uitgelaten omtrent de mogelijkheid om de zaak reeds nu (ook voor wat betreft de beoordeling van alle overige vorderingen, waaronder de primaire vordering onder X) in zijn geheel naar de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam te verwijzen. [A] Beheer heeft aangegeven daarmee akkoord te gaan. THHK c.s. heeft zich bij dat standpunt aangesloten.
2.2.
De rechtbank zal de zaak dan ook verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam in de stand waarin deze zich bevindt.
2.3.
De rechtbank ziet aanleiding om de proceskosten van dit incident te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
wijst de vordering toe,
3.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Rotterdam, sector burgerlijk recht/handelsrecht (kamer voor andere zaken dan kantonzaken, locatie Rotterdam),
3.4.
wijst partijen op het bepaalde in artikel 221 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2017. [1]

Voetnoten

1.type: SS