Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van de verdachte
Beroep op noodweerexces
Overige overwegingen ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte
6.De maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- gelast dat verdachte
- beveelt dat de ter beschikking gestelde
- wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer] , wonende te Aken (Bondsrepubliek Duitsland), gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 7.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 3 februari 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat hij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;