Eiser vroeg een financiële tegemoetkoming op grond van de Wmo voor een woningaanpassing (aanbouw) vanwege een ernstige chronische longaandoening. Verweerder wees dit af omdat de kosten het gemeentelijke maximum overschreden en stelde voor te verhuizen naar een andere woning met een verhuiskostenvergoeding.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat het verhuisprimaat niet passend was vanwege persoonlijke omstandigheden, zoals recente verhuizing, school van de kinderen, mantelzorg en financiële draagkracht. Ook werd betwist of de aangeboden woning geschikt was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het verhuisprimaat terecht toepaste, rekening houdend met alle relevante criteria en persoonlijke omstandigheden. De woning voldeed aan het Programma van Eisen en de vochtproblemen waren opgelost. Er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het verhuisprimaat binnen de Wmo niet onredelijk is als zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden.