Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
€ 333.520.
€ 299.369bestaande uit onder andere de hypotheekbetalingen, de aankoop van twee percelen grond in Groningen en de uitgaven voor levensonderhoud en vaste lasten. In het overzicht van pagina 31 van het raam proces-verbaal wordt uitgegaan van een totaalpost aan verbouwingskosten aan de hand van bankrekeningen van
€64.163; in het overzicht op pagina 18 van hetzelfde raam proces-verbaal wordt het totaal aan verbouwingskosten via de bank op € 51.190 gesteld. In het voordeel van verdachte gaat de rechtbank uit van dit lagere bedrag zodat het totaal aan uitgaven via de bank gesteld wordt op
€ 350.559,(
€299.369 +
€51.190).
€ 361.484aan contante uitgaven gedaan (€ 212.790 + € 88.689 + € 60.005).
712.043uitgegeven (€ 350.559 per bank en € 361.484. contant).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.