Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- er is geen bewijs voorhanden voor het toebrengen van het letsel met een mes, nu op basis van het dossier niet kan worden uitgesloten dat het letsel bij het slachtoffer is ontstaan door zijn eigen handelen, te weten door het intrappen van de ruit van een toegangsdeur;
- het bestanddeel “met voorbedachten rade” kan niet worden bewezenverklaard, nu verdachte heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling en hij daardoor geen tijd en gelegenheid heeft gehad om zich te beraden over zijn gedraging;
- er is geen sprake van opzet – ook niet in voorwaardelijke zin – op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, nu niet blijkt dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel als gevolg van het zwaaien of slaan met een mes in zijn hand.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
- eigen risico zorg ad € 371,44;
- broek ad € 139,95;
- overhemd ad € 69,99;
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- wijst de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de overige materiele schade af;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van overige immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij van
[benadeelde 1] B.V.toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
16 augustus 2016tot aan de dag van de volledige voldoening;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
onttrektaan het verkeer het mes (830692);
één jaar.