Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2017 in de zaak tussen
[eiser] , eiser, en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel, verweerder
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] .
Rechtbank Limburg
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel nam een verkeersbesluit tot aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van een ernstig zieke minderjarige aanvrager. Eisers, omwonenden, maakten bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de motivering onvoldoende was en dat onder meer het Protocol Gehandicaptenparkeer-voorzieningen niet was gevolgd.
De rechtbank overwoog dat het college een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij het nemen van verkeersbesluiten en dat het niet verplicht is het Protocol te hanteren. Het college motiveerde het besluit aan de hand van vier criteria: medische keuring, verkeersveiligheid, parkeergelegenheid op eigen terrein en parkeerdruk. De rechtbank achtte deze motivering inzichtelijk en niet onredelijk.
Verder stelde de rechtbank vast dat het college zorgvuldig had onderzocht waarom parkeren op eigen terrein niet mogelijk was en dat een onderzoek naar parkeerdruk niet noodzakelijk was gezien de hoge parkeerdruk in de straat. Hoewel eisers zich niet serieus genomen voelden, was het college voldoende in gesprek geweest en was de gehandicaptenparkeerplaats niet onredelijk geplaatst.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit tot aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats wordt ongegrond verklaard.