Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(meer subsidiair)[slachtoffer] heeft mishandeld.
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
- houden aan een meldplicht;
- behandelverplichting via de reclassering.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- daggeldvergoeding € 112,00
- medische kosten € 1.513,99
- reis- en parkeerkosten € 6.236,88
- materiële kosten € 589,00
- huishoudelijke hulp € 1.907,43
- zelfwerkzaamheid € 1.140,00
- smartengeld € 10.000,00
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert, zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- met aftrek van de tijd die veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering heeft doorgebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , toe;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 11.499,30, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 20 februari 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 27 december 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer] , van in totaal € 21.499,30, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 142 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 11.499,30 te berekenen over de periode vanaf 20 februari 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening en over een bedrag van € 10.000,00 te berekenen over de periode vanaf 27 december 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.