Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2017 in de zaken tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
het college van Gedeputeerde Staten van Limburg, verweerder
[vergunninghouder], te [vestigingsplaats]
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg heeft op 31 oktober 2017 uitspraak gedaan in twee bestuursrechtelijke zaken betreffende de verlening van een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het dwarsprofiel van de Buitenring Parkstad Limburg ter hoogte van metrering 5200 in Brunssum, en een verzoek om handhaving omdat de feitelijke situatie zou afwijken van het vergunde dwarsprofiel.
Eiser, wonende aan een nabijgelegen adres, betoogde dat de wijziging van de hellingsgraad van de taluds zou leiden tot een wezenlijke verslechtering van de geluidsituatie, onder meer omdat het akoestisch onderzoek niet zou zijn uitgevoerd volgens de juiste meetvoorschriften en onvoldoende rekening zou zijn gehouden met toekomstige verkeerstoename. Tevens stelde eiser dat toezeggingen over steile taluds niet werden nagekomen en dat de feitelijke situatie afweek van het vergunde dwarsprofiel.
De rechtbank oordeelde dat het akoestisch onderzoek door Witteveen+Bos, uitgevoerd volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, deskundig en betrouwbaar was en dat de geluidsbelasting op de woning van eiser lager is dan de wettelijke voorkeurswaarde. De afwijking van het dwarsprofiel is toegestaan op grond van artikel 7.5 van het Provinciaal Inpassingsplan en is deugdelijk gemotiveerd, mede vanwege besparingen en het ontbreken van negatieve effecten op leefbaarheid en natuur. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Het handhavingsverzoek wordt eveneens afgewezen omdat geen strijdigheid met het vergunde dwarsprofiel is vastgesteld.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de Crisis- en herstelwet niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep leidt en dat aanvullende beroepsgronden mogen worden betrokken. De beroepen worden ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning en het handhavingsbesluit worden bekrachtigd.
Uitkomst: De beroepen tegen de verlening en handhaving van de omgevingsvergunning worden ongegrond verklaard en de besluiten bekrachtigd.