Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] L, eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2016.
Rechtbank Limburg
Eiser is eigenaar van percelen waarop in strijd met het bestemmingsplan grond werd opgeslagen. Verweerder legde in 2010 een last op met dwangsommen bij overtreding. In 2015 werd geconstateerd dat eiser grond opsloeg zonder vergunning, waarna dwangsommen werden opgelegd en ingevorderd.
Eiser betwistte in beroep de bevoegdheid tot invordering omdat de overtreding formeel niet correct was geconstateerd, met name omdat de eerste constatering op basis van een foto van een derde was en de toezichthouder pas later ter plaatse was geweest. Eiser erkende echter dat de overtreding op de betreffende data had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de formele vaststelling niet voldeed aan de jurisprudentie, de erkenning van eiser voldoende is om de dwangsommen rechtsgeldig te laten zijn. De bevoegdheid tot invordering is daarmee gegeven en het beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat een formele tekortkoming in de constatering niet tot nietigheid leidt indien de overtreding door eiser wordt erkend. Het beroep wordt afgewezen en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit van dwangsommen wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.