Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 augustus 2016 in de zaak tussen
de Minister van Defensie, te 's-Gravenhage, eiser
de Vereniging Stop Awacs Overlast, te Brunssum.
Procesverloop
Overwegingen
“over het andere verzoek om handhaving wordt een afzonderlijk besluit genomen”.Naar aanleiding van die formulering heeft eiser kunnen aannemen dat het besluit op het thans aan de orde zijnde handhavingsverzoek nog niet was genomen. Ook de ter zitting van de voorzieningenrechter afgelegde verklaring van de medewerkster die persoonlijk ‘de brieven’ in ‘de enveloppen’ heeft gedaan, legt geen gewicht in de schaal, althans niet in die zin dat daarmee verzending aannemelijk is gemaakt, terwijl eiser wel het niet ontvangen van het bestreden besluit gemotiveerd heeft ontkend. Nu de toezending niet aannemelijk is gemaakt, moet er tevens van uit worden gegaan dat eiser evenmin kennis heeft kunnen nemen van de terinzagelegging. Met het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank schending van artikel 3:41 van Pro de Awb door verweerder vast. Anders dan verweerder meent, is het dan niet meer aan eiser om de verontschuldigbaarheid van de termijnoverschrijding aan te tonen.
ECLI:NL:RVS:2015:556), dient een belanghebbende, die niet door middel van kennisgeving of publicatie op de hoogte is gesteld van een op de juiste wijze bekendgemaakt besluit, in beginsel binnen twee weken nadat hij van het bestaan van het besluit op de hoogte is geraakt, daartegen op te komen. De wettelijke termijn vangt niet opnieuw aan.
ECLI:NL:RVS:2007:BA9833) en van 7 april 2010 (
ECLI:NL:RVS:2010:BM0231) heeft de Afdeling die in bezwaar gehandhaafde vrijstelling vernietigd en, bij uitspraak van 7 april 2010, het primaire besluit herroepen. Daarmee is de aan de kapwerkzaamheden ten grondslag gelegde vrijstelling met terugwerkende kracht vervallen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2016.