De werknemer trad in 2011 in dienst bij de werkgever als vrachtwagenchauffeur. In 2015 en 2016 vonden meerdere incidenten plaats waarbij de werknemer niet op het werk verscheen, wat leidde tot een ontslag op staande voet op 1 maart 2016. De werknemer verzet zich tegen het ontslag, maar berust in de beëindiging van het dienstverband omdat hij een nieuwe baan heeft gevonden.
De kantonrechter beoordeelt of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Uit de feiten blijkt dat de werkgever zich baseert op drie incidenten van ongeoorloofd verzuim. Echter, de omstandigheden rond het laatste incident zijn onduidelijk en er is geen waarschuwing gegeven voorafgaand aan het ontslag. De kantonrechter concludeert dat geen dringende reden aanwezig is die het ontslag op staande voet rechtvaardigt.
De werknemer vordert een billijke vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Hoewel de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door het ontslag onregelmatig uit te voeren, wordt de billijke vergoeding vastgesteld op nihil vanwege mede schuld van de werknemer aan de verstoorde arbeidsrelatie en het feit dat de werknemer inmiddels een nieuwe baan heeft. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt wel toegekend voor een bedrag van € 3.981,12 bruto plus wettelijke rente.
Verzoeken van de werkgever tot terugbetaling van studiekosten en een voorschot worden afgewezen wegens gebrek aan grondslag en onvoldoende onderbouwing. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.