Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juli 2016 in de zaak tussen
[naam], te Maastricht, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2016.
Rechtbank Limburg
Eiser ontvangt sinds 2012 een bijstandsuitkering en sinds 2015 een uitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Verweerder paste per 1 juli 2015 de kostendelersnorm toe op eisers uitkering omdat eiser samenwoont met zijn moeder. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn specifieke omstandigheden, waaronder psychische en lichamelijke beperkingen, niet voldoende werden meegewogen en dat de toepassing van de kostendelersnorm in strijd is met Europese mensenrechten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft onderzocht of er sprake is van een bijzondere situatie zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, Pw, en dat het bestreden besluit daarom op dit punt niet deugdelijk is gemotiveerd. Ook de stelling dat de kostendelersnorm in strijd is met artikel 8 en Pro 14 EVRM en artikel 26 IVBPR Pro wordt verworpen omdat de inmenging proportioneel en wettelijk voorzien is.
Hoewel het besluit wordt vernietigd vanwege motiveringsgebreken, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de motivering in de beroepsfase is hersteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt de dwingendrechtelijke toepassing van de kostendelersnorm en de beperkte ruimte voor individuele afwijking.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.