Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2016 in de zaak tussen
[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
, t.a.v. de heer [D.]. Dat besluit is niet tevens aan eiseres bekendgemaakt. In dat besluit is onder het kopje ‘
Overtreder’ het volgende vermeld:
Kostenverhaal’ in het besluit van 9 januari 2015 vermeld dat toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder geschiedt en dat de kosten van de voorbereiding en de uitvoering van de bestuursdwang voor ‘uw’ rekening komen.
[eiseres], t.a.v. de heer [D.], heeft verweerder het kostenverhaal voor de uitgevoerde bestuursdwang neergelegd bij eiseres. Daarbij heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres als overtreder van de lastgeving is aan te merken nu eiseres met [het afvalverwerkingsbedrijf], de drijver van de inrichting, bij overeenkomst van 16 december 2014 overeengekomen is dat [het afvalverwerkingsbedrijf] zorg zal dragen voor de feitelijke uitvoering van een contract betreffende de afvoer en verwerking van kunststofverpakkingsmateriaal, dat eiseres met een derde is aangegaan en waarvan de uitvoering plaatsvindt binnen de inrichting. Verweerder is van mening dat eiseres het feitelijk in haar macht had om de overtreding te (doen) beëindigen, nu zij eigenares van het kunststofverpakkingsmateriaal is en huurster van een deel van het terrein waarop het kunststofverpakkingsmateriaal is opgeslagen (op grond van een huurovereenkomst met [vastgoedbedrijf X], eigenares van het perceel), en op grond waarvan zij zeggenschap heeft over het deel van de inrichting waar het verpakkingsmateriaal is opgeslagen, terwijl zij in staat is om [het afvalverwerkingsbedrijf] op grond van de contractuele relatie instructies te geven omtrent het afvoeren van het verpakkingsmateriaal.
ECLI:NL:RVS:2016:1065) waar de Afdeling overweegt dat kostenverhaal van een niet in de bestuursdwangbeschikking opgenomen toepassing van bestuursdwang (voor een andere overtreding) niet aan de orde kan zijn.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 506,06.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2016.