Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzetschrift, zoals ontvangen op 27 oktober 2014,
- het verweerschrift, zoals ontvangen op 24 februari 2015,
- de mondelinge behandeling op 21 april 2015.
2.De beoordeling
€ 81.964,29 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 27 september 2011, benevens een bedrag van € 11.966,02 aan gemaakte buitengerechtelijke kosten. De wettelijke handelsrente dient te worden gerekend tot aan de dag van dagvaarden (periode 27 september 2011 tot 24 september 2014), zijnde een bedrag van € 25.031,45. Het totaal van de vordering bedraagt derhalve € 118.961,76 en heeft daarmee een beloop van meer dan
rechten van de mensen de fundamentele vrijheden”. Artikel 14 bepaalt Pro: “The enjoyment of the rights and freedoms set forth in this Convention shall be secured without discrimination on any ground such as sex, race, colour, language, religion, political or other opinion, national or social origin, association with a national minority, property, birth or other status” kan op niets anders betrekking hebben dan op de entiteit natuurlijke persoon omdat de entiteit “rechtspersoon” al deze eigenschappen ontbeert. Het beroep op dit verdrag en het artikel 14 daarvan Pro faalt.