Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
4.De beoordeling van het bewijs
medische informatie [3] van de GGD Limburg-Noord betreffende
[slachtoffer 1]blijkt onder meer het volgende:
schriftelijke slachtofferverklaringd.d. 9 februari 2014 (de rechtbank begrijpt: 2015) van
[slachtoffer 1]blijkt onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende:
medische informatie [6] van de GGD Limburg-Noord betreffende
[slachtoffer 2]blijkt onder meer het volgende:
schriftelijke slachtofferverklaringvan
[slachtoffer 2]d.d. 4 februari 2015 blijkt onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende:
medische verklaring [13] van huisarts J.P. Boode, opgemaakt op 10 december 2013 blijkt onder meer het volgende:
Nederlands Forensisch Instituutvermeldt – zakelijk weergegeven – het volgende:
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf en/of maatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van
- stelt als
- veroordeelt verdachte tot
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van drie jaren.