Uitspraak
10.Het beroep is ongegrond.
11.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser, een gepensioneerde geboren in 1943, ontving sinds 2008 een AOW-pensioen met een korting wegens niet-verzekerde jaren en daarnaast een Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (KOB). Verweerder heeft bij besluit van 23 december 2014 meegedeeld dat de KOB per 1 januari 2015 wordt vervangen door een inkomensondersteuning AOW met een iets lager bedrag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de intrekking van de KOB een onrechtmatige eigendomsontneming vormt, in strijd is met het recht op vrij verkeer van Unieburgers en het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel schendt.
De rechtbank overweegt dat de intrekking van de KOB een inbreuk maakt op het eigendomsrecht zoals beschermd door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, maar dat deze inbreuk gerechtvaardigd is gezien de wettelijke grondslag, het algemeen belang en de proportionaliteit. De compensatie via de inkomensondersteuning verzacht de last voldoende. Ook het beroep dat de inkomensondersteuning het recht op vrij verkeer schendt, wordt verworpen omdat nationale sociale zekerheidsstelsels verschillen en de korting op de inkomensondersteuning gelijk is aan die op het AOW-pensioen.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel niet is geschonden, omdat het toekennen van een sociale zekerheidsuitkering geen absoluut vertrouwen geeft op ongewijzigde voortzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen en invoering van inkomensondersteuning AOW wordt ongegrond verklaard.