Uitspraak
11.Het beroep is ongegrond
12.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Eiser diende op 7 juni 2012 een aanvraag in voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) en werd geconfronteerd met een legesheffing van €30,05 door verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Maasgouw. Eiser stelde dat deze heffing geen wettelijke grondslag had, omdat het vragen van een VOG volgens hem uitsluitend een publiek belang diende. Hij verwees daarbij naar jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van het overgangsrecht, omdat het bestreden besluit vóór 1 januari 2013 was genomen. Volgens artikel 229 van Pro de Gemeentewet kunnen rechten worden geheven voor diensten van het gemeentebestuur, en de gemeentelijke Legesverordening Maasgouw 2012 bepaalt de heffingsgrondslag en tarieven, waaronder de €30,05 voor een VOG-aanvraag.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een dienst een individualiseerbaar particulier belang moet dienen en niet overheersend een publiek belang. De rechtbank oordeelde dat het in behandeling nemen van de VOG-aanvraag in dit geval een individualiseerbaar belang van eiser dient, omdat het hem in staat stelt bestuurslid en penningmeester te zijn van een stichting. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook een verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter F.H. Machiels op 23 december 2014 in Roermond.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesheffing voor de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard.