Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken
4.De beoordeling van het bewijs
- de verdachte reed met een grote aanhangwagen, geladen met oud ijzer;
- van de aanhangwagen een rek is geschoven dat enkele voetgangers heeft geraakt;
- ten gevolge hiervan [slachtoffer 1] is gedood en aan [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht;
- de lading op de aanhangwagen een onregelmatige lading betrof;
- de verdachte de lading niet deugdelijk met een net had afgedekt, zoals is voorgeschreven in artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen;
- de verdachte bewust had nagelaten om de lading met een net af te dekken, vermoedelijk uit gemakzucht;
- het, gelet op de lading, allerminst ondenkbeeldig was dat er lading van de aanhangwagen zou afschuiven;
- het een aanmerkelijke fout is geweest van de verdachte om de lading niet met een net af te dekken.
- reed in een auto die aan alle eisen voldeed;
- de lading oud ijzer op de aanhangwagen gezekerd had met spanbanden;
- niet onder invloed was van alcohol of drugs;
- niet reed met een te hoge snelheid;
- is uitgeweken voor de voetgangers.
- een bestelauto van het merk/type Renault Master, bestuurd door [verdachte];
- een aanhanger;
- de voetgangers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [naam 2] en [partner so 1].
onvoorzichtigheid
- hij zich wederrechtelijk heeft gedragen,
- hij kon en behoorde te voorzien dat zijn gedrag tot dat gevolg kon leiden,
- dat gevolg dus vermeden had moeten worden en
- hij zijn gedrag dan ook achterwege had moeten laten.
zeer, althans aanmerkelijke, onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid– uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, komt het aan op:
- het geheel van gedragingen van de verdachte,
- de aard en de ernst van deze gedragingen en
- de overige omstandigheden van het geval.
- de verdachte op 7 mei 2013 als bestuurder van een bedrijfsauto met aanhangwagen heeft gereden over de Geysselberg te Wellerlooi;
- de aanhangwagen was geladen met ‘oud ijzer’, bestaande uit onder meer tonnen en bussen, buizen, prikkeldraad, een oven en twee ijskasten;
- het een onregelmatige lading betrof met veel losse onderdelen die hoog boven het schutbord van de aanhangwagen uittorende;
- de lading over de lengte van de aanhanger met drie spanbanden was vastgemaakt;
- de lading kennelijk zodanig is gaan werken, dat de middelste spanband niet langer onder spanning stond en dus niet langer functioneerde, hetgeen de rechtbank afleidt uit de verklaring van verdachte dat de middelste spanband na het ongeval los hing;
- de verdachte de lading niet (met een net) had afgedekt;
- de verdachte op de Geysselberg een groep voetgangers is voorbij gereden;
- een ijzeren biggenrek dat op de aanhangwagen lag deels van de aanhangwagen is geschoven;
- dit biggenrek uitstak op het moment dat verdachte de groep voetgangers voorbij reed;
- [slachtoffer 1] door dit uitstekende biggenrek is geraakt en ten gevolge hiervan is overleden;
- [slachtoffer 2] door dit uitstekende biggenrek is geraakt en ten gevolge hiervan zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk van de linkerheupkom in het bekken, is toegebracht.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.5 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
- ontzegtde verdachte
de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor
1 jaar; - bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip waarop deze bijkomende straf ingaat, ingevorderd is geweest, op de duur van die straf geheel in mindering wordt gebracht.