De zaak betreft een geschil over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst van een Poolse werkneemster bij DHL. De arbeidsovereenkomst was verlengd tot 31 juli 2013 en DHL had schriftelijk medegedeeld dat het contract niet zou worden voortgezet. De werkneemster, die de Nederlandse taal niet machtig is, heeft de brief wel ontvangen maar ontkende de inhoud te begrijpen.
De kantonrechter acht aannemelijk dat de werkneemster op of kort na 28 mei 2013 begreep dat het contract niet zou worden voortgezet, mede omdat een supervisor de brief had toegelicht in het Engels. Ondanks de kennisgeving heeft de werkneemster haar werkzaamheden bij DHL voortgezet, eerst via een contract bij een uitzendbureau.
De kantonrechter oordeelt dat DHL door deze constructie te kiezen heeft gehandeld in strijd met de strekking van artikel 7:668a BW en onredelijk jegens de werkneemster. De arbeidsovereenkomst is stilzwijgend voortgezet en wordt geacht te zijn omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. DHL wordt veroordeeld tot betaling van loon en toelating tot de werkplek, onder dreiging van een dwangsom.