ECLI:NL:RBLEE:2012:BY4903
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom voor afbreken strandpaviljoen op Terschelling
Het college van burgemeester en wethouders van Terschelling legde aan verzoekers een last onder dwangsom op om hun strandpaviljoen op het Noordzeestrand vóór 15 november 2012 af te breken en op te ruimen. Verzoekers betwistten dat het strandpaviljoen onder het begrip 'standplaats' in de APV valt en vroegen schorsing van de last.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het begrip 'standplaats' in de APV ruimte laat voor interpretatie, maar dat een strandpaviljoen qua omvang en uitstraling wezenlijk verschilt van de genoemde voorbeelden zoals kraam of wagen. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom het paviljoen als standplaats moest worden aangemerkt, waardoor de rechtmatigheid van de last onzeker was.
Verder werd beoordeeld of het afbreken een onevenredig nadeel opleverde. Gezien de aanzienlijke kosten voor verzoekers en het ontbreken van concreet zicht op legalisatie, werd de last geschorst. Het college had namelijk een omgevingsvergunningaanvraag buiten behandeling gesteld en er was geen zicht op een vergunning die voldeed aan de constructie-eisen van Rijkswaterstaat.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat andere strandpaviljoens andere vergunningen of gedoogbeschikkingen hadden. Ook was geen sprake van rechtens te honoreren vertrouwen bij verzoekers. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De last onder dwangsom voor het afbreken van het strandpaviljoen is geschorst vanwege onduidelijkheid over de grondslag en onevenredig nadeel voor verzoekers.