ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5881
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Erfrechtelijke geschil over erfgenaamschap en legaat vruchtgebruik in geregistreerd partnerschap
De zaak betreft een erfrechtelijk geschil tussen de geregistreerd partner [X] en het kind [Y] van de overleden erflater [Z]. De kern van het geschil is of de erflater door het opnemen van een legaat van alle goederen en het vruchtgebruik van de nalatenschap ten gunste van [X], van de erfopvolging bij versterf is afgeweken. De rechtbank stelt vast dat het testament geen erfstelling of onterving bevat voor de situatie waarin [X] de erflater overleeft.
De rechtbank overweegt dat de erflater zijn erfopvolging aan de wet heeft overgelaten, aangezien het testament niet is gewijzigd na het aangaan van het geregistreerd partnerschap. Volgens de wet zijn geregistreerde partners gelijkgesteld aan echtgenoten en worden zij samen met kinderen tot erfgenaam geroepen. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat zowel [X] als [Y] erfgenaam zijn.
Verder oordeelt de rechtbank dat de conceptakte afgifte legaten/verdeling een juiste verdeling van de nalatenschap weergeeft en wijst zij de vordering van [X] toe om medewerking van [Y] aan het passeren van de notariële akte te verkrijgen. De vordering van [Y] tot betaling van een som ineens of het stellen van zekerheid wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de geregistreerd partner en het kind beiden erfgenaam zijn en veroordeelt het kind tot medewerking aan het passeren van de notariële akte voor het legaat vruchtgebruik.