ECLI:NL:RBLEE:2011:BR3484
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte bijdrage-inkomen ZVW bij overlijden en stakingswinst
Eisers, de erven van een overleden ondernemer, betwistten de hoogte van het bijdrage-inkomen voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW over het jaar 2008. De inspecteur had het bijdrage-inkomen vastgesteld op het maximale bedrag van €31.231,--, gebaseerd op de door eisers opgegeven belastbare winst uit onderneming, inclusief stakingswinst.
De rechtbank stelde vast dat de verzekeringsplicht en belastingplicht van de overledene eindigden op de overlijdensdatum. Volgens de wet wordt de onderneming geacht te zijn gestaakt op het moment van overlijden en het vermogen overgedragen aan de erfgenamen tegen de waarde in het economische verkeer. Hierdoor maakt de fictief vóór overlijden behaalde stakingswinst deel uit van het bijdrage-inkomen.
Eisers voerden aan dat het bijdrage-inkomen tijdsevenredig herrekend moest worden of dat de stakingswinst buiten beschouwing moest blijven. De rechtbank verwierp deze standpunten, stellende dat de wet- en regelgeving geen ruimte bieden voor een tijdsevenredige herrekening bij overlijden. Tevens werd het beroep op het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat de situatie niet gelijkgesteld kon worden met andere gevallen waarin tijdsevenredigheid wel geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag en heffingsrente. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW wordt ongegrond verklaard en het bijdrage-inkomen inclusief stakingswinst wordt bevestigd.