ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ7699
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid wegens dringende reden voor ontslag op staande voet
De zaak betreft een geschil tussen het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden en het UWV over de verwijtbaarheid van werkloosheid van een werknemer die op staande voet is ontslagen. Het UWV had aanvankelijk geweigerd een WW-uitkering toe te kennen, maar herzag dit besluit en kende alsnog een uitkering toe. Het college betwistte dit en stelde dat sprake was van verwijtbare werkloosheid vanwege een dringende reden voor ontslag.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken over de feiten en constateert dat het UWV bij zijn beoordeling niet alle relevante incidenten in samenhang heeft betrokken. De opeenvolgende plichtsverzuimen en gedragingen van de werknemer, waaronder een problematische ziekmelding, vormen gezamenlijk een dringende reden voor ontslag op staande voet. De rechtbank oordeelt dat de werknemer verwijtbaar werkloos is geworden en dat de WW-uitkering daarom had moeten worden geweigerd.
De rechtbank verklaart het beroep van het college gegrond, vernietigt het bestreden besluit van het UWV en bepaalt dat de intrekking van de uitkering niet eerder plaatsvindt dan de dag na deze uitspraak. Tevens worden proceskosten aan het UWV opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens verwijtbare werkloosheid van de werknemer.