ECLI:NL:RBLEE:2010:BO8157
Rechtbank Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van rechterlijke partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige strafkamer vanwege vermeende vooringenomenheid en het niet horen van een medeverdachte als getuige. De verdediging stelde dat het verdedigingsbeginsel werd geschonden doordat de betrouwbaarheid van de medeverdachte niet kon worden getoetst.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was en dat de strafkamer bevoegd was om te beslissen over het horen van getuigen. Er waren geen aanwijzingen voor subjectieve partijdigheid en ook geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De verklaring van de medeverdachte was niet in de zaak van verzoeker afgelegd, waardoor het verdedigingsbeginsel niet van toepassing was.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking niet bedoeld is om onwelgevallige procesbeslissingen te toetsen, tenzij deze zo onbegrijpelijk zijn dat alleen vooringenomenheid als verklaring overblijft. Dit was niet het geval. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd ongegrond verklaard en afgewezen wegens het ontbreken van rechterlijke partijdigheid.