ECLI:NL:RBLEE:2010:BO3223
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer inzake loonsuppletie na concessieovergang openbaar vervoer
Een werknemer die als buschauffeur bij Connexxion ernstig mishandeld werd en arbeidsongeschikt raakte, stelde dat met Connexxion een afspraak was gemaakt tot loonsuppletie tot 100% en vergoeding van bijkomende kosten. Na de overgang van de concessie openbaar vervoer naar Arriva, trad de werknemer in dienst bij Arriva. De werknemer vorderde dat Arriva gehouden was deze afspraken na te komen.
De rechtbank stelde vast dat de overgang van concessie niet gelijkstaat aan een overgang van onderneming in de zin van het Burgerlijk Wetboek, omdat geen materiële activa werden overgenomen. Op grond van de Wet Personenvervoer 2000 gaan bij concessieovergang alleen collectieve arbeidsvoorwaarden uit cao en bedrijfsregelingen over, niet individuele afspraken.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende bewijs leverde voor het bestaan van een bindende individuele afspraak met Connexxion en dat Arriva niet gehouden was deze na te komen. Ook werd het ontslag van de werknemer niet als kennelijk onredelijk beschouwd. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.