ECLI:NL:RBLEE:2010:BN2099
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding voor bodemverontreiniging door asbesthoudend puin bij verkoop boerderij
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging met asbesthoudend puin centraal, dat in 1980 door Bijlsma werd gestort op het terrein van [B]. [A] kocht in 1994 de boerderij van [B], waarbij in de koopakte werd gegarandeerd dat er geen verontreiniging was die het agrarisch gebruik zou belemmeren of tot saneringsverplichting zou leiden.
Na bodemonderzoek in 2006 bleek dat de grond ernstig verontreinigd was met asbest, wat leidde tot saneringskosten. [A] stelde de erven [B] aansprakelijk voor deze kosten en bijkomende schade. De rechtbank oordeelde dat de garantie in de koopakte en de mededelingsplicht van [B] waren geschonden, waardoor sprake was van non-conformiteit en toerekenbare tekortkoming.
De rechtbank wees de vordering van [A] grotendeels toe, inclusief saneringskosten, bodemonderzoek, Plan van Aanpak, extra rentekosten en waardevermindering van de onroerende zaak. De inkomensschade en kosten van PSA Advies werden afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.
In de vrijwaringszaak werd Bijlsma aansprakelijk gehouden voor onrechtmatige daad, omdat hij in 1980 asbesthoudend puin leverde terwijl hij de gevaren kende of behoorde te kennen. De rechtbank oordeelde dat Bijlsma de erven [B] moet vrijwaren voor de aan [A] toegekende schade en proceskosten. Tevens werd de verjaring van de vordering van de erven [B] jegens Bijlsma verworpen.
Uitkomst: Erven [B] worden veroordeeld tot betaling van €103.581,16 aan [A] en Bijlsma wordt veroordeeld tot vrijwaring van de erven [B].