ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8431
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen onderzoek rijgeschiktheid na EMA-deelname
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 23 september 2009 het verzoek van [X] tegen het besluit van het CBR van 3 juli 2009, waarin hij werd opgedragen zich te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Dit volgde op eerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 en deelname aan een Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA).
Het geschil betrof de uitleg van artikel 8 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid, met name het moment van terugkijken naar de 'afgelopen vijf jaar' voor contra-indicaties bij het opleggen van een EMA. Het CBR stelde dat vanaf het moment van het besluit wordt teruggekeken, en dat [X] door eerdere EMA-deelname niet opnieuw in aanmerking komt voor een EMA, maar wel voor een onderzoek rijgeschiktheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was maar dat het CBR terecht had gehandeld. De EMA was reeds met goed gevolg afgerond en de Regeling biedt geen ander peilmoment dan het moment van het besluit. Daarom was het opleggen van het onderzoek naar rijgeschiktheid gerechtvaardigd en bestond geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
De rechtbank wees het verzoek af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen het CBR-besluit tot onderzoek rijgeschiktheid is afgewezen.