ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ6608
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ontslag conciërge wegens ontoelaatbaar gedrag
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag van een conciërge bij een school, gebaseerd op ontoelaatbaar gedrag jegens een leerling en eerdere gedragsproblemen. De school had de conciërge geschorst en ontslagen wegens plichtsverzuim en andere gewichtige redenen.
De voorzieningenrechter constateert dat er onvoldoende bewijs is voor het primaire ontslaggrond, mede door onduidelijkheden over het incident met de leerling, het ontbreken van directe getuigen en het niet beschikbaar stellen van camerabeelden. Ook blijkt uit de stukken dat er na 2004 geen verdere gedragsproblemen zijn gedocumenteerd.
Gezien deze onzekerheden kan de rechter geen voorlopig oordeel vellen over de juistheid van het ontslag en weegt het onevenredige nadeel voor de conciërge zwaarder dan het belang van de school bij onmiddellijke uitvoering. Daarom wordt het ontslagbesluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Vordering tot wettelijke verhoging en schadevergoeding worden niet in deze procedure behandeld.
De school wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is definitief in deze voorlopige voorziening en kan niet worden aangevochten.
Uitkomst: Het ontslag van de conciërge wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs en onevenredig nadeel.