ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ3283

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
7 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/905
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:41 AwbWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding wegens niet tijdig besluit en beroepsmatige rechtsbijstand ondanks familieband

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de waardering van een onroerende zaak door de gemeente Ooststellingwerf. Verweerder nam niet tijdig een besluit op dit bezwaar, maar kwam hier alsnog aan tegemoet bij uitspraak van 18 augustus 2008. Eiseres verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de rechtsbijstand door een derde beroepsmatig was verleend, ondanks dat de gemachtigde van eiseres haar zoon is. De familieband stond niet in de weg aan een zakelijke beroepsrelatie. Dit werd onderbouwd met opdrachtbevestiging, nota en bankafschrift.

De proceskosten werden vastgesteld op €161,00 en de gemeente Ooststellingwerf werd veroordeeld tot vergoeding hiervan. Het griffierecht van €39,00 wordt eveneens vergoed door verweerder zonder aparte rechterlijke beslissing. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Ooststellingwerf tot vergoeding van €161,00 aan proceskosten aan eiseres wegens niet tijdig genomen besluit en erkent de beroepsmatige rechtsbijstand ondanks familieband.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
procedurenummer: AWB 08/905
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2009 als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
in het geding tussen
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde], werkzaam bij [Fiscaal & Juridisch Advieskantoor] te [woonplaats],
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Ooststellingwerf, verweerder,
gemachtigde: [gemachtigde verweerder], werkzaam bij de gemeente Ooststellingwerf.
Bestreden besluit
Het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op het bezwaar van eiseres tegen de beschikking waarbij de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] te [woonplaats] is gewaardeerd krachtens de Wet waardering onroerende zaken.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 april 2009. Namens eiseres en verweerder zijn daar hun voornoemde gemachtigden verschenen.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 161,00, aan eiseres te vergoeden door de gemeente Ooststellingwerf.
Motivering
1. Artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb bepaalt dat ingeval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Een dergelijk verzoek moet tegelijk met de intrekking van het beroep gedaan worden. Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich hier voor, zodat de rechtbank bevoegd is het verzoek te beoordelen. Verweerder heeft niet tijdig een besluit genomen op het bezwaar van eiseres en door dit bij uitspraak van 18 augustus 2008 alsnog te doen is hij geheel tegemoet gekomen aan het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft dit erkend.
2. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting verklaard dat zij betwijfelt of de gemachtigde van eiseres beroepsmatig rechtsbijstand verleend, gelet op het feit dat eiseres zijn moeder is, hij niet staat ingeschreven in het handelsregister en niet is gebleken dat hij andere cliënten heeft dan eiseres. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting verklaard dat hij op grond van de wet (nog) niet verplicht is ingeschreven te staan in het handelsregister, dat hij werkt voor meerdere accountants- en administratiekantoren en daarnaast voor een aantal losse klanten en dat de adviespraktijk zijn hoofdactiviteit is en hij daarvan kan leven. Hierop heeft de gemachtigde van verweerder verklaard dat zij geen reden heeft te twijfelen aan de verklaring van de gemachtigde van eiseres en dat zij hem gelooft.
3. Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen de kosten van rechtsbijstand alleen voor vergoeding in aanmerking wanneer zij door een derde beroepsmatig zijn verleend. Uit het arrest van 4 oktober 1995 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder LJN: AA3107) volgt dat de Hoge Raad van oordeel is dat een huwelijksrelatie niet zonder meer in de weg staat aan een enkel door zakelijkheid bepaalde, beroepsmatige relatie. De rechtbank is van oordeel dat hetzelfde geldt voor de relatie tussen een moeder en haar zoon. Gelet op de opdrachtbevestiging, de nota en het bankafschrift die in het dossier aanwezig zijn, is de rechtbank van oordeel dat de zakelijke relatie tussen eiseres en haar gemachtigde voldoende is komen vast te staan. Gelet op de voormelde verklaring van de gemachtigde van eiseres, bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen reden te twijfelen aan de beroepsmatigheid van de door hem verleende rechtsbijstand. Dit wordt door verweerder ook niet langer bestreden. Daarom is de rechtbank van oordeel dat sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, welke voor vergoeding in aanmerking komt.
4. Overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de proceskosten van eiseres vastgesteld op € 161,00 ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (beroepschrift 1 punt; verschijnen ter zitting 1 punt; waarde per punt € 322,00; gewicht van de zaak: zeer licht; wegingsfactor 0,25). De rechtbank wijst de gemeente Ooststellingwerf aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
5. Voor zover het verzoek tevens betrekking heeft op het door eiseres betaalde griffierecht wijst de rechtbank erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, vierde lid, eerste volzin, van de Awb gehouden is het door eiseres in beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 39,00 aan haar te vergoeden en dat verweerder heeft toegezegd dit te zullen doen. Een afzonderlijke rechterlijke beslissing is daarvoor niet nodig.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij
het gerechtshof Leeuwarden (belastingkamer)
Postbus 1704
8901 CA Leeuwarden.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Deze uitspraak is gedaan op 7 april 2009 door mr. E. de Witt, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Emst, griffier. Waarvan proces-verbaal.
w.g. E. de Witt
w.g. F.F. van Emst