ECLI:NL:RBLEE:2009:BH3555
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G. Wijtsma
- B.M. van der Doef
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onjuiste toepassing arbeidsmaatstaf Wet arbeid vreemdelingen bij Poolse werknemers
Eiser werd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beboet wegens het laten werken van vier Poolse vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. De inspecteurs constateerden dat deze Polen werkzaamheden verrichtten op eisers boerderij, maar eiser voerde aan dat het ging om EU-burgers die op basis van samenwerkend ondernemerschap werkten, waardoor geen vergunning nodig was.
De rechtbank stelde vast dat de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) een ruim werkgeversbegrip kent, waarbij feitelijk arbeid laten verrichten vergunningplichtig is, ongeacht een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding. Echter, bij EU-onderdanen moet ook worden getoetst of zij als werknemer in de zin van artikel 39 van Pro het EG-Verdrag moeten worden aangemerkt, wat gevolgen heeft voor de vergunningplicht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet volstond met de ruime uitleg van de Wav, maar ook onderzoek had moeten doen naar het gebruik van het vrij verkeer van werknemers door de Polen. Het besluit werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en de schorsing van het boetebesluit werd verlengd totdat een nieuw besluit is genomen. Verweerder moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het boetebesluit vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan het vrij verkeer van werknemers volgens artikel 39 EG-Verdrag.