ECLI:NL:RBLEE:2009:BH0660
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken rechtsgeldige cessie inningsrecht pandhouder
De zaak betreft een geschil over de vraag of er een rechtsgeldige cessie heeft plaatsgevonden van het inningsrecht van ING Bank als pandhouder aan een derde, [x], ten aanzien van vorderingen van Westerbaan op de provincie Fryslân.
Westerbaan was aannemer voor de provincie en is failliet verklaard. ING Bank had een pandrecht op de vorderingen van Westerbaan. [x] en ING Bank sloten een overeenkomst waarin werd gesteld dat de vorderingen aan [x] werden gecedeerd. Deze overeenkomst was echter niet ondertekend door ING Bank noch door [x]. De provincie ontkende dat zij mededeling had ontvangen van cessie en betwistte de bevoegdheid van [x] om de vorderingen te innen.
De rechtbank oordeelde dat voor een rechtsgeldige cessie een ondertekende akte vereist is en dat deze ontbrak. De brief van de advocaat van ING Bank waarin een privatieve last werd bevestigd, volstaat niet als cessieakte. Hierdoor was de cessie niet voltooid en kon [x] zijn echtgenote niet machtigen om te innen. De vordering van [eiseres] werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens het ontbreken van een rechtsgeldige cessieakte.