ECLI:NL:RBLEE:2008:BD6821
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering en vergrijpboete bij onjuiste alimentatieaftrek in IB/PVV-jaren 2001-2003
Eiser kreeg navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd voor de jaren 2001, 2002 en 2003 omdat hij onjuiste partneralimentatieaftrek had toegepast in zijn IB/PVV-aangiften. De inspecteur stelde dat sprake was van een rechtvaardigend nieuw feit, omdat in 2004 bleek dat eiser geen alimentatie aan zijn ex-echtgenote betaalde. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de inspecteur al in 1999 vragen had gesteld en de aanslag toen zonder correctie was opgelegd, waardoor hij op het vertrouwen mocht rekenen dat zijn aangiften juist waren.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht van de juistheid van de aangiften was uitgegaan en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die nader onderzoek vereisten. De onjuiste informatie was verstrekt door eisers gemachtigde, die de alimentatiebedragen onjuist had gesplitst. Hierdoor mocht eiser geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank stelde vast dat eiser persoonlijk geen opzet kon worden toegerekend, maar wel grove schuld omdat hij onvoldoende zorg had betracht in de samenwerking met zijn adviseur.
De vergrijpboete werd daarom passend geacht op 25% van de nagevorderde belasting. Omdat de redelijke termijn voor behandeling van de boetezaak was overschreden, werd de boete verder met 10% verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraken op bezwaar, handhaafde de navorderingsaanslagen, en stelde de boetes lager vast. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, navorderingsaanslagen worden gehandhaafd en vergrijpboetes verminderd wegens overschrijding redelijke termijn.