ECLI:NL:RBLEE:2008:BD4708
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bank niet te goeder trouw bij schuldoverneming in zicht van faillissement
De zaak betreft een geschil tussen de curator van het faillissement van een eenmanszaak en Friesland Bank over de vraag of de bank bevoegd was tot verrekening van de verkoopopbrengst van de onderneming met haar vorderingen. De onderneming, een taxibedrijf, werd in 2004 verkocht aan Taxi Nuis, waarbij de koopsom op de bankrekening van de verkoper bij Friesland Bank werd bijgeschreven.
De curator stelde dat deze betaling een schuldoverneming was in de zin van artikel 54 Faillissementswet Pro en dat Friesland Bank niet te goeder trouw was omdat zij wist of had moeten weten dat het faillissement van de ondernemer te verwachten was. Friesland Bank voerde aan dat het een rechtstreekse betaling aan haar betrof en dat zij niet op de hoogte was van de volledige financiële situatie van de ondernemer.
De rechtbank oordeelde dat uit de koopovereenkomst bleek dat de betaling op de rekening van de ondernemer zou plaatsvinden en dat Friesland Bank geen toestemming had aangetoond voor een rechtstreekse betaling aan haar. Verder was voldoende komen vast te staan dat Friesland Bank al geruime tijd op de hoogte was van de financiële problemen en het dreigend faillissement van de ondernemer.
Daarom was de bank niet te goeder trouw en was zij niet bevoegd tot verrekening. De volledige verkoopopbrengst kwam toe aan de failliete boedel. De vordering van de curator tot betaling van EUR 225.000 werd toegewezen, terwijl de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en handelsrente grotendeels werd afgewezen. Friesland Bank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Friesland Bank is veroordeeld tot betaling van EUR 225.000 aan de curator wegens onrechtmatige schuldoverneming.